ECLI:NL:CRVB:2022:625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling beperkingen appellant
Appellant, voormalig taxichauffeur, meldde zich ziek met fysieke klachten na een scooterongeval. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze later omdat hij volgens een arbeidsdeskundige meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met geselecteerde functies.
Appellant maakte bezwaar en beroep, waarbij medische en arbeidskundige beoordelingen plaatsvonden. De rechtbank oordeelde dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en dat de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten en overhandigde aanvullende medische informatie. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de beperkingen niet waren onderschat en dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig waren uitgevoerd.
De Raad zag geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige en bevestigde het besluit van het UWV om de Ziektewetuitkering te beëindigen omdat appellant voldoende verdiencapaciteit heeft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.