ECLI:NL:CRVB:2022:601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA op 53,13%
Appellant was buitendienstmedewerker en meldde zich ziek op 3 juli 2017. Het UWV stelde op basis van een medisch onderzoek en een functionele mogelijkhedenlijst (FML) de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 53,13%. Appellant kreeg een loongerelateerde WGA-uitkering, maar maakte bezwaar tegen het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies medisch passend waren. Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen vanwege chronische gezondheidsklachten en blootstelling aan PFOA.
De Raad volgde de rechtbank en het UWV, oordeelde dat de duur van het onderzoek geen criterium is voor zorgvuldigheid, en vond de medische beoordeling van het UWV juist en goed gemotiveerd. De aanvullende medische stukken van appellant boden onvoldoende grond om het oordeel te wijzigen. De geselecteerde functies zijn passend en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld op 53,13%.