ECLI:NL:CRVB:2022:565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging IVA-uitkering na zorgvuldige medische herbeoordeling bevestigd
Appellant, voormalig productiemedewerker, ontving sinds 2010 een IVA-uitkering wegens ernstige nierproblemen. Na een niertransplantatie in 2015 werd in 2019 een herbeoordeling uitgevoerd. De verzekeringsarts stelde vast dat appellant belastbaar was met beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Het UWV beëindigde daarop de IVA-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was, onder meer vanwege tegenstrijdige medische informatie uit het huisartsenjournaal en het ontbreken van nadere informatie van de nefroloog. Ook stelde appellant dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en vond geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige. De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn en dat de IVA-uitkering terecht is beëindigd.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 24 augustus 2020. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De IVA-uitkering van appellant is terecht beëindigd na een zorgvuldige medische beoordeling.