ECLI:NL:CRVB:2022:562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vaststelling arbeidsongeschiktheid op 52,29% door UWV
Appellante was sinds 2014 ziek gemeld met psychische klachten en ontving vanaf 2016 een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2018 stelde het UWV haar arbeidsongeschiktheid vast op 80 tot 100%, maar na bezwaar van de werkgever werd dit in 2019 verlaagd naar 52,29%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze vaststelling ongegrond, omdat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en de beperkingen juist waren ingeschat. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische belastbaarheid werd onderschat, maar kon dit niet onderbouwen met nieuwe medische informatie.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het UWV voldoende gemotiveerd heeft dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid is gebaseerd medisch geschikt zijn voor appellante. Het hoger beroep wordt verworpen en de vaststelling van 52,29% arbeidsongeschiktheid blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 52,29% door het UWV.