Uitspraak
20.1174 WLZ
CAK
OVERWEGINGEN
BESLISSING
en voor zover geen vergoeding is toegekend voor de kosten in bezwaar;
griffierecht van in totaal € 177,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van het CAK inzake haar eigen bijdrage voor april 2018. Het CAK had het bezwaar gegrond verklaard tegen het eerste besluit, het tweede bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar tegen het derde besluit ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de vergoeding van de kosten in bezwaar terecht was afgewezen omdat de rechtsbijstand niet op zakelijke basis was verleend.
In hoger beroep stelde appellante dat het bezwaar tegen het derde besluit ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en dat de vergoeding van de kosten in bezwaar onterecht was afgewezen. De Raad overwoog dat het bezwaar tegen het derde besluit ten onrechte mede was gericht geacht, omdat partijen onvoldoende belang hadden. Tevens oordeelde de Raad dat appellante aannemelijk had gemaakt dat de rechtsbijstand wel op zakelijke en beroepsmatige basis was verleend, waardoor een uitzondering op de hoofdregel van toepassing was.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit voor zover het de vergoeding van de kosten in bezwaar betrof. CAK werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar, beroep en hoger beroep, tezamen een bedrag van € 3.577,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 177,-. Daarmee kwam de Raad tot een volledige toewijzing van het hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en CAK veroordeeld tot vergoeding van kosten en griffierecht.