ECLI:NL:CRVB:2022:527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV in bezwaar en veroordeling in proceskosten
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV op 27 juli 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee volledig aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in op 17 augustus 2021 en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het UWV door de rechtbank reeds was veroordeeld tot vergoeding van kosten in beroep, zodat de Raad zich alleen hoefde uit te spreken over de kosten in bezwaar en hoger beroep. Het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen, waarna het onderzoek zonder nadere zitting werd gesloten.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken, begroot op € 2.818,-, bestaande uit kosten in bezwaar en hoger beroep. Voor het griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak werd gedaan door rechter F.M. Rijnbeek op 2 maart 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.818,- aan proceskosten aan appellant.