ECLI:NL:CRVB:2022:511
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzet en verzoek om herziening in sociale zekerheidszaak
Appellante heeft verzet ingesteld tegen de onbevoegdverklaring van de Raad om kennis te nemen van haar verzoek om herziening van een eerdere uitspraak. Dit verzet is behandeld, maar appellante voert geen gronden aan tegen de onbevoegdverklaring, waardoor het verzet ongegrond wordt verklaard.
Daarnaast heeft appellante een verzoek om herziening ingediend tegen een onherroepelijke uitspraak van 30 september 2021. De Raad overweegt dat herziening slechts mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die nieuw zijn, onbekend waren bij de eerdere uitspraak en tot een andere uitkomst zouden kunnen leiden. De aangevoerde gronden zijn identiek aan eerdere hoger beroep gronden en betreffen feitelijke omstandigheden die reeds bekend waren.
De Raad benadrukt dat het verzoek om herziening niet bedoeld is voor het voeren van een hernieuwde discussie over de uitspraak. Omdat appellante het niet eens is met de uitspraak maar geen nieuwe feiten aanvoert, wijst de Raad het verzoek om herziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het verzoek om herziening wordt afgewezen.