ECLI:NL:CRVB:2022:457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid WIA na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, laatstelijk werkzaam als allround medewerker voormontage, meldde zich ziek met angstklachten na een inbraak. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%, later herzien tot 62,38% per 31 oktober 2016 en 63,86% per 18 juli 2018 na medische en arbeidskundige herbeoordelingen.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat de medische beoordeling onzorgvuldig was, dat zijn beperkingen waren onderschat en dat een onafhankelijke psychiatrische deskundige benoemd diende te worden. Hij bracht rapporten in van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige die aanvullende beperkingen stelden, waaronder PTSS en noodzaak tot intensieve begeleiding.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep van het UWV verwierp deze aanvullende beperkingen, stellende dat deze niet aansluiten bij de medische gegevens op de data in geding en dat de oorspronkelijke functionele mogelijkhedenlijst (FML) voldoende rekening houdt met de medische problematiek. De rechtbanken verklaarden de beroepen ongegrond en oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en de arbeidsdeskundige conclusies betrouwbaar waren.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze oordelen, vond geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van de medische en arbeidskundige beoordelingen, en zag geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen. Ook de gehanteerde maatmanlonen en maatmanomvang werden als juist beoordeeld. De hoger beroepen van appellant werden verworpen en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 62,38% en 63,86% en wijst het hoger beroep af.