Uitspraak
19.3556 PW, 19/3557 PW, 19/3558 PW, 20/1651 PW
mr. Van Dalen verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. T. van der Veen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een alleenstaande bijstandsgerechtigde met een progressieve longaandoening, verzocht om bijzondere bijstand voor servicekosten van een serviceflat, tandartskosten en een extra accu voor zijn elektrische fiets. De gemeente Groningen wees deze aanvragen af, waarop appellant bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging bij de rechtbank, die de beroepen ongegrond verklaarde.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd overwogen dat de servicekosten die via huurtoeslag worden vergoed als passende voorliggende voorziening gelden en dat de overige servicekosten geen bijzondere omstandigheden vormden die bijzondere bijstand rechtvaardigen. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij geen andere woonopties had dan de serviceflat.
Voor de tandartskosten geldt dat de Zorgverzekeringswet als passende voorliggende voorziening fungeert, ook al worden niet alle kosten vergoed. De stelling van appellant dat het beleid plotseling was gewijzigd werd verworpen, mede omdat hij hierover tijdig was geïnformeerd. De aanvraag voor een extra accu voor de e-bike werd afgewezen omdat appellant niet aannemelijk maakte dat de huidige accu onvoldoende was. Ook de aanvraag voor tandartskosten in 2019 werd afgewezen op grond van consistent toegepast buitenwettelijk begunstigend beleid. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en wees de beroepen af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor servicekosten, tandartskosten en een extra accu voor de e-bike.