ECLI:NL:CRVB:2022:371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging recht op ziekengeld na juiste medische beoordeling
Appellante, laatstelijk werkzaam als financieel administratief medewerkster, meldde zich ziek op 20 juli 2017 en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars ZW-beoordeling werd vastgesteld dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en haar recht op ziekengeld werd beëindigd.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard op basis van medische rapporten en een functionele mogelijkhedenlijst (FML) waarin haar beperkingen waren vastgesteld. De arbeidsdeskundige selecteerde geschikte functies die appellante nog kon verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De medische beoordeling is voldoende gemotiveerd, er is geen aanleiding voor een verdere urenbeperking en de functies zijn medisch geschikt. Appellante's eigen ervaring en klachten leiden niet tot een ander oordeel.
De Raad concludeert dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld wordt beëindigd.