Uitspraak
21.1679 ZW
OVERWEGINGEN
als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2022.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig champignonplukker, meldde zich ziek na zwangerschapsverlof en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische en lichamelijke klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was, waarbij verzekeringsartsen alle relevante medische informatie, waaronder psychiater- en huisartsrapporten, betrokken. De verzekeringsartsen concludeerden dat appellante niet voldeed aan de criteria voor een urenbeperking volgens de Standaard Duurbelastbaarheid.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, ondersteund door medische rapporten, maar slaagde er niet in haar klachten medisch te objectiveren. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en verzekeringsartsen dat de belastbaarheid juist was vastgesteld en dat de functies waarop het UWV zich baseerde medisch geschikt waren.
De Raad wees het verzoek om benoeming van een onafhankelijke deskundige af en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.