ECLI:NL:CRVB:2022:350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de reikwijdte van derdenbeslag door het UWV in hoger beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV waarbij een bedrag van € 12.432,- aan de Belastingdienst werd afgedragen in het kader van een executoriaal derdenbeslag. De rechtbank had reeds geoordeeld dat het UWV gehouden is volledige medewerking te verlenen aan het beslag en dat het niet aan het UWV of de bestuursrechter is om de geldigheid en omvang van het beslag te beoordelen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de schadevergoeding vanwege onrechtmatige besluiten van het UWV tot weerkerende betaling behoorde en dat het UWV onrechtmatig had gehandeld door het bedrag aan de Belastingdienst af te dragen. Tevens stelde appellant dat het UWV aansprakelijk was voor de beslaglegging door onvoldoende privacybescherming.
De Raad oordeelde dat de beoordeling zich beperkt tot de vraag of het UWV binnen het kader van het beslag is gebleven en dat de aangevoerde gronden niet op deze rechtsvraag betrekking hadden. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV binnen het kader van het derdenbeslag is gebleven en wijst het verzoek om schadevergoeding af.