ECLI:NL:CRVB:2022:338
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en veroordeling in proceskosten
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Op 17 augustus 2021 nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante op 19 augustus 2021 het hoger beroep in en verzocht de Centrale Raad van Beroep het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a Awb kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep worden veroordeeld in de kosten als het aan de bezwaren tegemoet is gekomen. De Raad pastte deze regel toe en veroordeelde het UWV in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken voor de verleende rechtsbijstand.
De proceskostenvergoeding werd begroot op €1.518,- voor beroep en €1.518,- voor hoger beroep, totaal €3.036,-. Voor het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak werd gedaan door rechter-plaatsvervanger J.P.M. Zeijen op 10 februari 2022.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante van in totaal €3.036,- na intrekking van het hoger beroep.