Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:333

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 februari 2022
Publicatiedatum
23 februari 2022
Zaaknummer
19/1455 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling

Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure heeft de Centrale Raad van Beroep het onderzoek heropend en een deskundige benoemd, die een rapport uitbracht. Vervolgens nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant.

Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De Raad heeft het verzoek toegewezen en het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in zowel de beroeps- als hoger beroepsprocedure.

De proceskostenvergoeding omvatte een bedrag van €3.415,50 voor verleende rechtsbijstand en €54,24 aan reiskosten. Vergoeding van het griffierecht dient appellant rechtstreeks bij het UWV te vorderen. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 februari 2022.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 3.469,74 aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 februari 2022
19/1455 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van
28 februari 2019, 18/2505 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.R. Meulenberg-ten Hoor, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 januari 2021. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. Meulenberg-ten Hoor. Het Uw is verschenen bij gemachtigde R. Spanjer.
De Raad heeft het onderzoek heropend en een deskundige benoemd. Deze heeft op
1 juli 2021 een rapport uitgebracht.
Het Uwv heeft op 26 augustus 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 22 september 2021 is namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 26 augustus 2021 volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 1.518,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) in beroep en € 1.897,50 (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor de zienswijze na verslag deskundigenonderzoek) in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 3.415,50.
De reiskosten die appellant heeft moeten maken voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank en de Raad, komen tot een bedrag van € 54,24 (openbaar vervoer 2e klas) voor vergoeding in aanmerking.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.469,74.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2022.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) H. Alajai
GdJ