ECLI:NL:CRVB:2022:325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand en terugvordering voorschot wegens onvoldoende financiële duidelijkheid
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en ontving daarvoor een voorschot. Het college wees de aanvraag af omdat appellant onvoldoende informatie verstrekte over zijn financiële situatie en niet aannemelijk maakte dat hij uit zijn werkzaamheden als DJ nagenoeg geen inkomsten had ontvangen. Diverse verzoeken om aanvullende documenten en verklaringen bleven onvoldoende beantwoord.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep handhaafde appellant zijn eis niet dat de bijstand vanaf 13 mei 2018 toegekend moest worden. De Raad bevestigde dat de bewijslast voor bijstandbehoevendheid bij appellant ligt en dat hij onvoldoende duidelijkheid had verschaft over zijn woon- en leefsituatie en inkomsten. De door appellant overgelegde speellijst en verklaringen waren niet volledig of verifieerbaar, waardoor het college geen volledig beeld kon krijgen.
De Raad oordeelde dat het risico van ontbrekende verklaringen van opdrachtgevers voor rekening van appellant komt. Ook de terugvordering van het voorschot werd gehandhaafd omdat geen zelfstandige gronden tegen deze maatregel waren aangevoerd. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is afgewezen en het verleende voorschot is teruggevorderd wegens onvoldoende bewijs van bijstandbehoevendheid.