Uitspraak
20 376 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en gebruikt een auto die op naam van haar ex-partner staat. Het college heeft de bijstand met €109,27 per maand verlaagd omdat zij geen kosten voor verzekeringspremies en motorrijtuigenbelasting hoeft te dragen, wat een substantiële besparing oplevert.
Appellante betoogde dat haar benzinekosten hoger zijn dan gemiddeld vanwege haar psychische gesteldheid en het vervoer van haar kinderen, maar kon dit niet aannemelijk maken. Bankafschriften toonden aan dat haar benzinekosten gemiddeld €16,81 per week bedroegen, wat niet bovengemiddeld is.
De Raad oordeelde dat de verlaging van de bijstand op juiste wijze is afgestemd op haar individuele omstandigheden en dat het hoger beroep niet slaagt. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding wegens wettelijke rente afgewezen.
Uitkomst: De bijstand van appellante wordt terecht verlaagd wegens substantiële besparing op autokosten; het hoger beroep wordt afgewezen.