ECLI:NL:CRVB:2022:296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over toekenning en overgang naar LFNP-functie na matching
Appellant, werkzaam bij de politie, maakte bezwaar tegen de toekenning en overgang naar een LFNP-functie op basis van een matching die volgens hem niet volgens de juiste procedure was uitgevoerd. De korpschef had in eerste instantie een verkeerde korpsfunctiebeschrijving gebruikt, maar na bezwaar en eerdere rechterlijke uitspraak werd de juiste beschrijving gebruikt en de matching bevestigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad oordeelde dat het feit dat aanvankelijk een verkeerde korpsfunctiebeschrijving werd gebruikt niet betekent dat de uiteindelijke matching onzorgvuldig of onrechtmatig was. Ook was er geen sprake van een ongeoorloofde wijziging van de spelregels of van onjuiste procedurele stappen.
Appellant stelde dat de hardheidsclausule toegepast moest worden vanwege een unieke korpsfunctie, maar de Raad verwierp dit omdat de clausule niet bedoeld is om achteraf werkzaamheden of uitgangsposities te corrigeren. De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit onjuist is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.