ECLI:NL:CRVB:2022:294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand en boete wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontvangt sinds 2011 bijstand op grond van de Participatiewet. Een onderzoek van de gemeente Rotterdam bracht bijschrijvingen en contante stortingen op haar bankrekening aan het licht die niet waren gemeld. Het college besloot de bijstand over de periode augustus 2018 tot juni 2019 te herzien en de te veel betaalde bedragen terug te vorderen, inclusief een boete wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de boete verlaagd naar €630,-. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Volgens vaste rechtspraak worden periodieke of terugkerende kasstortingen en bijschrijvingen op een bankrekening waarover vrijelijk kan worden beschikt als inkomen beschouwd en moeten deze worden gemeld. Appellante had dit niet gedaan, waardoor zij haar inlichtingenplicht schond.
Het college heeft terecht de stortingen als inkomen in mindering gebracht op de bijstand en de terugvordering toegepast. Dringende redenen om hiervan af te zien zijn niet aannemelijk gemaakt. De opgelegde boete is passend en evenredig, mede gelet op de draagkracht van appellante. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand en de boete wegens schending van de inlichtingenplicht.