ECLI:NL:CRVB:2022:279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in AOW-zaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een AOW-zaak. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het beroepschrift van appellant bevatte deze gronden niet.
Appellant is tweemaal schriftelijk in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van vier weken alsnog de beroepsgronden in te dienen. Beide termijnen zijn ongebruikt voorbijgegaan zonder dat appellant een verontschuldiging heeft gegeven voor het verzuim.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is en dat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum op 3 februari 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.