ECLI:NL:CRVB:2022:2742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht door niet-melding bankrekening en gokactiviteiten
Appellant ontving vanaf mei 2016 bijstand op grond van de Participatiewet. Uit onderzoek bleek dat appellant een bankrekening had die niet bekend was bij het dagelijks bestuur en waarop diverse stortingen en bijschrijvingen van derden plaatsvonden, evenals transacties bij een online gokinstelling.
Het dagelijks bestuur schortte de bijstand op en verzocht appellant om aanvullende informatie, waaronder volledige bankafschriften en een overzicht van zijn gokactiviteiten. Appellant leverde gedeeltelijke informatie, maar gaf geen volledig inzicht in zijn financiële situatie en gokaccount. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
Het dagelijks bestuur trok de bijstand met ingang van december 2018 in en vorderde de ten onrechte verleende bijstand terug. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, omdat appellant de inlichtingenplicht had geschonden en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij recht op bijstand had gehad indien hij volledig had gemeld.
De Raad concludeerde dat de terugvordering terecht was en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht.