Appellant, voormalig logistiek medewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid per 18 juni 2018. Het UWV stelde op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering.
Appellant maakte bezwaar en bracht een contra-expertise in, waarna het UWV het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank onderschreef dit standpunt. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt en vroeg om een onafhankelijk deskundigenonderzoek.
De Raad benoemde een psychiater die concludeerde dat appellant ernstiger beperkt was dan het UWV aannam, met name in sociaal functioneren en werktijden, en adviseerde een werkweek van 16 uur in plaats van 36 uur. De verzekeringsarts van het UWV bleef bij het oorspronkelijke oordeel.
De Raad volgt de onafhankelijke deskundige vanwege de overtuigende motivering en oordeelt dat het bestreden besluit op een ondeugdelijke medische grondslag berust. Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen met een nieuwe FML en arbeidskundig onderzoek, rekening houdend met de beperkingen van appellant.