ECLI:NL:CRVB:2022:2696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens niet-ontvangen brieven over griffierecht bij hoger beroep
Appellant had in een vroeg stadium bij het Landelijk Diensten Centrum verzocht om vrijstelling van het griffierecht en gevraagd om correspondentie per e-mail te ontvangen vanwege vertragingen in post naar Noorwegen. Ondanks dit verzoek werden alle brieven met betrekking tot het griffierecht per gewone of aangetekende post verzonden, die appellant niet heeft ontvangen.
De Raad had het hoger beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was voldaan na afwijzing van het verzoek om vrijstelling. In het verzet is echter gebleken dat appellant niet tijdig op de hoogte was gesteld van het griffierecht, waardoor het niet voldoen hiervan niet aan hem kan worden toegerekend.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond, vernietigt de eerdere uitspraak en zet het onderzoek voort in de stand waarin het zich bevond. Appellant krijgt de gelegenheid om zijn verzoek om vrijstelling van het griffierecht nader te onderbouwen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet; appellant krijgt gelegenheid om het verzoek om vrijstelling griffierecht nader te onderbouwen.