ECLI:NL:CRVB:2022:2683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlies recht op ziekengeld wegens verdiencapaciteit boven 65%
Appellante, voormalig apothekersassistente, meldde zich ziek met enkelklachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat zij vanaf 24 mei 2020 meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het medisch oordeel en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) als juist werden beoordeeld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten en medicatiegebruik onvoldoende waren meegewogen en dat er meer tijd voor herstel had moeten worden gegeven. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, inclusief een telefonische hoorzitting door de verzekeringsarts bezwaar en beroep, en dat de FML terecht was vastgesteld. De Raad vond geen aanleiding om meer beperkingen aan te nemen op basis van de ingebrachte medische gegevens.
De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies passend zijn en dat de verdiencapaciteit van appellante juist is vastgesteld op meer dan 65%. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld vervalt omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.