ECLI:NL:CRVB:2022:2681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar trok dit hoger beroep in nadat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar volledig aan haar bezwaren tegemoet was gekomen. Op verzoek van appellante heeft de Centrale Raad van Beroep vervolgens een afzonderlijke uitspraak gedaan over de proceskostenveroordeling.
De Raad stelt vast dat het UWV reeds in de bezwaarfase kosten heeft toegekend, zodat alleen de kosten in beroep en hoger beroep nog in aanmerking komen. De proceskosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep, reiskosten en kosten van ingeschakelde deskundigen worden berekend en vastgesteld op een totaalbedrag van €4.654,12.
De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van deze proceskosten aan appellante. Vergoeding van het griffierecht dient appellante rechtstreeks bij het UWV te claimen. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 december 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van €4.654,12 aan proceskosten aan appellante.