ECLI:NL:CRVB:2022:2668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening bijstand minderjarige kinderen
Verzoekster, met Syrische nationaliteit en woonachtig in Utrecht met haar twee minderjarige kinderen, heeft bijstand aangevraagd op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft haar aanvraag en die van haar jongste kind afgewezen vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf, terwijl het oudste kind bijstand kreeg toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekster tegen deze besluiten ongegrond. Verzoekster stelde hoger beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening om tijdens de behandeling van het hoger beroep bijstand toe te kennen voor haar kinderen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster onvoldoende had onderbouwd dat er sprake was van een actueel financieel spoedeisend belang. Ondanks verzoeken om nadere informatie en bewijsstukken, bleef een reactie uit. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat er een zwaarwegend belang bestond dat onmiddellijke bijstand vereiste.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en deed buiten zitting uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende financieel spoedeisend belang.