ECLI:NL:CRVB:2022:2648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €136,- niet binnen de gestelde termijn is betaald, ondanks meerdere aanmaningen per brief en aangetekende brief. Hierdoor is het hoger beroep op grond van artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kennelijk niet-ontvankelijk.
Daarnaast bevatte het ingediende beroepschrift geen beroepsgronden, terwijl artikel 6:5 en Pro 6:24 Awb voorschrijven dat het beroepschrift de gronden van het beroep moet bevatten. Appellant is meerdere malen in de gelegenheid gesteld dit te herstellen, maar heeft de termijnen ongebruikt laten verstrijken. De Raad concludeert dat appellant in verzuim is en het hoger beroep niet-ontvankelijk is zonder verdere inhoudelijke behandeling.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier A. Abbas, en is uitgesproken in het openbaar op 1 december 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden.