Uitspraak
22.293 WIA
16 december 2021, 20/6314 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatst werkzaam als support engineer, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist was vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat nader medisch onderzoek had moeten plaatsvinden om zijn beperkingen beter in kaart te brengen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het UWV op afdoende wijze had gemotiveerd dat geen aanleiding bestond voor een tweede medische expertise. Diverse medische rapporten toonden aan dat appellant niet voldeed aan criteria voor een psychotische stoornis en er aanwijzingen waren voor simulatie.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat de geselecteerde voorbeeldfuncties medisch geschikt waren voor appellant. Gezien deze omstandigheden was de weigering van de WIA-uitkering terecht. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig onderzoek.