Uitspraak
21 1767 PW
PROCESVERLOOP
mr. M. Mulders.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 2016 bijstand en verhuurt een kamer in onderhuur aan een derde, waarvoor hij €150 per maand ontvangt. Het college heeft de bijstand herzien door €100 van deze inkomsten in mindering te brengen, omdat deze als inkomen worden beschouwd. De voorzieningenrechter heeft dit besluit eerder bevestigd.
In hoger beroep betoogt appellant dat de inkomsten uit onderhuur niet als inkomen mogen worden aangemerkt omdat hij deze niet vrijelijk kan besteden en dat hij recht heeft op een vrijlating van 25% van de huurinkomsten. De Raad oordeelt dat inkomsten uit onderhuur expliciet als middelen worden aangemerkt in de Participatiewet en dat het feit dat appellant de inkomsten direct aan huur besteedt dit niet verandert.
Daarnaast is onvoldoende gebleken dat het college beleid voert waarbij 25% van de huurinkomsten wordt vrijgelaten; de genoemde vrijlating betreft alleen inkomsten uit arbeid. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat inkomsten uit onderhuur in mindering worden gebracht op de bijstand en wijst het hoger beroep af.