ECLI:NL:CRVB:2022:2593

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 november 2022
Publicatiedatum
1 december 2022
Zaaknummer
20 / 3193 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:118 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep en proceskostenveroordeling door Centrale Raad van Beroep

Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Tijdens de zitting van 9 december 2022 heeft het college het hoger beroep ingetrokken. Betrokkene verzocht daarop om een proceskostenveroordeling tegen het college. Omdat het college geen verweerschrift indiende, werd het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. Het college werd veroordeeld in de proceskosten die betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken.

De proceskosten werden begroot op € 1.518,00, gebaseerd op twee punten voor het indienen van het hoger beroepschrift en het verschijnen ter zitting, tegen een tarief van € 759,- per punt. De uitspraak werd gedaan door rechter Y. Sneevliet, met griffier P.A.M. Hulsdouw, en uitgesproken in het openbaar op 29 november 2022.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is veroordeeld tot betaling van € 1.518,00 aan proceskosten aan betrokkene wegens intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 29 november 2022
20/3193 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 augustus 2020, 19/2652 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (appellant)
[Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Appellant heeft het hoger beroep ter zitting van 9 december 2022 ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mw. mr. R.J. Boskma verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.518,00 (twee punten voor het indienen hoger beroepschrift en verschijnen ter zitting x € 759,- per punt) in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 1.518,00.
Deze uitspraak is gedaan door Y. Sneevliet, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2022.
(getekend) Y. Sneevliet
(getekend) P.A.M. Hulsdouw