ECLI:NL:CRVB:2022:2593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en proceskostenveroordeling door Centrale Raad van Beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Tijdens de zitting van 9 december 2022 heeft het college het hoger beroep ingetrokken. Betrokkene verzocht daarop om een proceskostenveroordeling tegen het college. Omdat het college geen verweerschrift indiende, werd het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. Het college werd veroordeeld in de proceskosten die betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken.
De proceskosten werden begroot op € 1.518,00, gebaseerd op twee punten voor het indienen van het hoger beroepschrift en het verschijnen ter zitting, tegen een tarief van € 759,- per punt. De uitspraak werd gedaan door rechter Y. Sneevliet, met griffier P.A.M. Hulsdouw, en uitgesproken in het openbaar op 29 november 2022.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is veroordeeld tot betaling van € 1.518,00 aan proceskosten aan betrokkene wegens intrekking van het hoger beroep.