ECLI:NL:CRVB:2022:2575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 Awb Pro is betaling van griffierecht vereist bij het indienen van een beroepschrift, en artikel 8:108 Awb Pro maakt dit ook van toepassing op hoger beroep. De gemachtigde van appellant is twee keer schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid en betaaltermijn van het griffierecht van €134,-.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Raad oordeelt dat appellant hierdoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, met griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder, en uitgesproken in het openbaar op 23 november 2022. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.