Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:2554

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 november 2022
Publicatiedatum
29 november 2022
Zaaknummer
21 / 4327 ONBEK - V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:84 AwbArt. 8:104 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen onbevoegdverklaring hoger beroep in bestuursrecht afgewezen

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland betreffende een voorlopige voorziening. De Centrale Raad van Beroep had zich eerder onbevoegd verklaard om kennis te nemen van dit hoger beroep, vanwege het appèlverbod zoals neergelegd in artikel 8:104, tweede lid, Awb.

Appellant heeft hiertegen verzet ingesteld en aangevoerd dat er feiten en omstandigheden zijn die doorbreking van het appèlverbod zouden rechtvaardigen. Tijdens de zitting op 4 november 2022 waren beide partijen echter niet aanwezig.

De Raad overweegt dat appellant geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die afwijken van het eerdere hoger beroep. Hierdoor is er geen reden om het appèlverbod te doorbreken. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in aanwezigheid van griffier F.C. Meershoek, en uitgesproken op 29 november 2022.

Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van de Raad wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk.

Uitspraak

Datum uitspraak: 29 november 2022
21/4327 ONBEK-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 25 november 2021, 21/4408 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort (college)

PROCESVERLOOP

In de uitspraak van 19 juli 2022 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het namens appellant ingestelde hoger beroep tegen de met de toepassing van artikel 8:84, eerste en tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarbij is beslist op het verzoek om een voorlopige voorziening van appellant.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 4 november 2022, waar beide partijen -zonder voorafgaand bericht- niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 19 juli 2022 is gedaan omdat er tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, eerste lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld. Hierbij is verwezen naar artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder d, van de Awb.
In verzet heeft appellant naar voren gebracht dat hij van mening is dat er wel feiten en omstandigheden zijn die de doorbreking van het appèlverbod zouden rechtvaardigen.
De Raad overweegt het volgende.
Er zijn geen andere redenen aangevoerd door appellant dan in hoger beroep. Er is dus geen reden voor het oordeel dat de Raad wel bevoegd zou zijn om kennis te nemen van het hoger beroep en doorbreking van het appèlverbod zou rechtvaardigen.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van F.C. Meershoek als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2022.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) F.C. Meershoek