ECLI:NL:CRVB:2022:2544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en proceskostenveroordeling in WIA-zaak
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag betreffende een WIA-beslissing. Het UWV heeft vervolgens op 28 april 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellante. Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van het UWV.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek tot proceskostenveroordeling beoordeeld op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het UWV de bezwaarkosten reeds heeft vergoed, richt de proceskostenvergoeding zich uitsluitend op de kosten van rechtsbijstand in beroep en hoger beroep.
De Raad heeft het UWV veroordeeld tot betaling van een proceskostenvergoeding van in totaal € 2.277,-, bestaande uit € 1.518,- voor het beroep en € 759,- voor het hoger beroep. Het griffierecht wordt niet via deze uitspraak vergoed, maar appellante kan dit rechtstreeks bij het UWV claimen.
De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander in aanwezigheid van griffier H. Alajai en uitgesproken in het openbaar op 16 november 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.277,- aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.