ECLI:NL:CRVB:2022:2528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek bevestigd
Appellant was werkzaam als bouwvakhelper en liep op 22 augustus 2019 een knieblessure op, waarna hij ziek werd gemeld en een Ziektewet-uitkering ontving. Na een eerstejaars beoordeling door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat appellant met beperkingen nog 89,16% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Het UWV beëindigde daarom de ZW-uitkering per 7 november 2020.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond op basis van een aanvullend medisch rapport. De rechtbank Gelderland oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de medische belastbaarheid overtuigend was gemotiveerd. De arbeidsdeskundige had bovendien voldoende onderbouwd dat de geduide functies binnen de medische belastbaarheid vielen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn knieklachten ernstig waren en niet in overeenstemming met de geduide functies, maar bracht geen nieuwe objectieve medische gegevens in. De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV, bevestigde het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering en wees het hoger beroep af.
De Raad benadrukte dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beoordelingssystematiek aansluit bij de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de vastgestelde belastbaarheid en verdiencapaciteit van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek.