ECLI:NL:CRVB:2022:2523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken ondertekening en termijnoverschrijding
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het niet tijdig was ingediend, aangezien het pas op 30 juni 2022 werd ontvangen terwijl de termijn zes weken bedroeg vanaf de toezending van de aangevallen uitspraak op 16 mei 2022. Daarnaast bevatte het beroepschrift geen ondertekening, wat een vereiste is volgens de Algemene wet bestuursrecht.
Appellante is meerdere malen schriftelijk gewezen op het verschuldigde griffierecht en de noodzaak tot betaling binnen gestelde termijnen, maar heeft dit niet voldaan. Ook is appellante in de gelegenheid gesteld om het ontbreken van de ondertekening te herstellen, maar zij heeft deze kansen onbenut gelaten. Gezien deze feiten is redelijkerwijs te oordelen dat appellante in verzuim is geweest.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk en ziet af van inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander en uitgesproken in het openbaar op 21 november 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van ondertekening en het niet tijdig indienen van het beroepschrift.