ECLI:NL:CRVB:2022:252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden in lunchroom
Appellante verrichtte werkzaamheden in de lunchroom van haar zus zonder dit te melden aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, waarmee zij haar inlichtingenverplichting schond. Handhavingsmedewerkers van de gemeente Amsterdam verrichtten onderzoek naar aanleiding van een anonieme melding en troffen appellante meerdere keren werkend aan.
Het college besloot daarop de bijstand met ingang van 1 september 2018 in te trekken en de kosten van bijstand over de periode tot en met december 2018 terug te vorderen. Appellante voerde aan dat zij de werkzaamheden als vriendendienst verrichtte en niet in loondienst was, en dat zij deels langdurig ziek was, maar deze argumenten werden door de rechtbank en de Raad verworpen.
De Raad oordeelde dat de werkzaamheden op geld waardeerbare arbeid betreffen, ongeacht of er daadwerkelijk inkomsten werden genoten, en dat appellante geen administratie bijhield waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.