ECLI:NL:CRVB:2022:251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel om de bijstand van appellante in te trekken en een aanvraag voor bijzondere bijstand af te wijzen. Het college stelde dat appellante zonder melding een gezamenlijke huishouding voerde met X op het uitkeringsadres.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat de onderzoeksbevindingen voldoende feitelijke grondslag boden voor het standpunt dat X zijn hoofdverblijf op het uitkeringsadres had en dat appellante en X zorg voor elkaar droegen. Dit bleek onder meer uit verklaringen van appellante, waarnemingen van X en zijn auto, het pinggedrag van X, en het contract met de energieleverancier dat op naam van X stond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat er onvoldoende feitelijke grondslag was, maar herhaalde slechts eerdere argumenten zonder nieuwe feiten of redenen. De Raad volgde de rechtbank in haar gemotiveerde oordeel en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van bijstand en afwijzing van bijzondere bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding wordt bevestigd.