Uitspraak
22.835 PW, 22/837 PW, 22/2140 PW-VV
mr. G.E. Priester.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft de appellant hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam, waarin voorlopige voorzieningen waren toegekend op grond van artikel 8:84, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Centrale Raad van Beroep heeft onderzocht of zij bevoegd is om kennis te nemen van dit hoger beroep. Op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder d, van de Awb is hoger beroep tegen uitspraken van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, eerste lid, Awb uitgesloten.
Daarom heeft de Raad zich onbevoegd verklaard om het hoger beroep te behandelen. Tevens is geoordeeld dat de voorzieningenrechter van de Raad niet bevoegd is ten aanzien van het verzoek om een voorlopige voorziening. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.N.A. Bootsma, in aanwezigheid van griffier Y.S.S. Fatni, op 8 november 2022.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank.