Uitspraak
21.2806 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af;
- veroordeelt het college in de proceskosten van appellanten tot een bedrag van
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werkte vanaf maart 2020 op oproepbasis in een eetcafé. Sociaal rechercheurs constateerden dat appellant ook buiten de opgegeven dagen en uren werkzaamheden verrichtte. Het college trok daarop de bijstand in wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de werkzaamheden buiten de opgegeven uren niet op geld waardeerbaar waren en dat hij zijn aanwezigheid niet hoefde te melden. De Raad oordeelde dat aanwezigheid op de werkplek tijdens reguliere uren de veronderstelling rechtvaardigt dat er op geld waardeerbare arbeid wordt verricht.
Verder kon niet worden vastgesteld hoeveel inkomsten appellant had of redelijkerwijs had kunnen verkrijgen uit de niet gemelde werkzaamheden. Het beroep werd daarom afgewezen. Het verzoek tot vergoeding van schade werd eveneens afgewezen en het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.