Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van rechtsbijstand die zijn gemaakt vóór de datum van haar aanvraag. Het college wees de aanvraag af vanwege te late indiening en het buitenwettelijk beleid dat bijzondere bijstand met terugwerkende kracht slechts tot 30 dagen toekent.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Appellante voerde aan dat de aanvraagprocedure te lang duurde en dat het beleid niet toegankelijk was, maar slaagde hier niet in omdat zij geen bijzondere omstandigheden aannemelijk maakte.
De Raad benadrukt dat toetsing van buitenwettelijk begunstigend beleid beperkt is tot consistentie en schending van fundamentele rechten, en dat het college het beleid consistent heeft toegepast. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.