ECLI:NL:CRVB:2022:2416
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen uitspraak rechtbank inzake verzet
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam betreffende verzet tegen een eerdere uitspraak. De aangevallen uitspraak betreft een beslissing als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Volgens artikel 8:104, tweede lid, Awb, is tegen deze uitspraak geen hoger beroep mogelijk, tenzij er sprake is van een ernstige schending van de eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijke en onafhankelijke behandeling in de weg staan. De Raad heeft onderzocht of appellant hiervoor voldoende gronden heeft aangevoerd.
De Raad concludeert dat appellant geen aanwijzingen heeft gegeven voor een dergelijke ernstige schending. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het beroep af zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep wegens ontbreken van ernstige schending van procesorde of fundamentele rechtsbeginselen.