ECLI:NL:CRVB:2022:239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van zorgvuldige medische beoordeling en beëindiging Ziektewetuitkering
Appellant, laatstelijk werkzaam als productiemedewerker, meldde zich ziek met lichamelijke klachten na een ongeval. Het UWV beëindigde zijn Ziektewetuitkering omdat hij naar oordeel van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met geselecteerde functies.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen waren voor meer beperkingen dan vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de rechtbank ten onrechte het medisch onderzoek als zorgvuldig beschouwde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. Uit de gemotiveerde rapporten blijkt dat alle objectief vast te stellen fysieke en psychische klachten zijn meegewogen. Behandelingen na de datum in geding konden niet in aanmerking worden genomen. Appellant bracht geen nieuwe medische gegevens in die zijn standpunt onderbouwen.
De Raad concludeert dat de geselecteerde functies geschikt zijn voor appellant en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.