ECLI:NL:CRVB:2022:2358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken PTSS met verband militaire dienst
Appellant, voormalig dienstplichtig militair uitgezonden naar Bosnië, verzocht meerdere malen om toekenning van een militair invaliditeitspensioen (mip) vanwege psychische klachten. Na verschillende afwijzingen en medische onderzoeken, waaronder een psychiatrisch rapport van Van den Bosch uit 2015 dat geen PTSS met verband met militaire dienst vaststelde, werd het verzoek in 2020 opnieuw afgewezen.
Appellant overlegde een nieuw psychiatrisch rapport van Schwarz uit 2021 waarin PTSS werd gesteld, maar de rechtbank en de Raad concludeerden dat dit rapport onvoldoende onderbouwd was en geen gerede twijfel opriep aan eerdere medische conclusies. De Raad volgde het standpunt van de staatssecretaris dat de genoemde traumatische gebeurtenissen niet voldoen aan het PTSS Protocol.
De Raad oordeelde dat op de peildatum geen PTSS met verband militaire dienst kon worden vastgesteld, waardoor de weigering van het mip terecht was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken van PTSS met verband militaire dienst.