ECLI:NL:CRVB:2022:2352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek en afwijzing ZW-uitkering
Appellant, laatstelijk werkzaam als Metaalbewerker/CNC Frezer, meldde zich ziek met klachten na een verkeersongeval. Het UWV beëindigde zijn Ziektewet-uitkering omdat hij geschikt werd geacht voor andere functies. Na een nieuwe ziekmelding en onderzoek door een verzekeringsarts werd vastgesteld dat er geen toegenomen beperkingen waren en dat appellant geschikt bleef voor de maatgevende arbeid. Het UWV weigerde een nieuwe ZW-uitkering toe te kennen, maar verklaarde het bezwaar van appellant gegrond voor de periode vanaf 7 september 2020.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen reden was voor aanvullend onderzoek. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek niet zorgvuldig was omdat de eerste beoordeling niet door een verzekeringsarts was verricht en dat zijn beperkingen onderschat waren. Hij overlegde medische rapporten ter onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsarts op 4 november 2020 een op zichzelf staand en zorgvuldig onderzoek was, waarbij geen aanwijzingen voor toegenomen beperkingen werden gevonden. De arts bezwaar en beroep motiveerde overtuigend waarom appellant geschikt bleef voor de lichte functies, rekening houdend met mentale en fysieke aspecten. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.