ECLI:NL:CRVB:2022:2350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 48,67% in WIA-uitkering
Appellant, voormalig werkvoorbereider, meldde zich in januari 2016 ziek en kreeg in december 2017 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%.
Na bezwaar van appellant en zijn werkgever stelde het UWV in juni 2018 het percentage bij naar 48,76%, gebaseerd op medische en arbeidsdeskundige rapporten, waaronder een expertise van Ergatis. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen onjuist waren vastgesteld en verzocht om een praktijktest. De Raad oordeelde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht had vastgesteld, dat de medische en arbeidskundige onderbouwing voldoende was en dat een praktijktest niet noodzakelijk was vanwege de beperkingen van dergelijke onderzoeken.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd wordt en wees het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld op 48,67%.