ECLI:NL:CRVB:2022:2346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 63,31% in WIA-uitkering
Appellant, voormalig procesoperator, viel uit wegens een motorongeval met rechterschouderletsel. Het UWV kende hem een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage dat in eerdere besluiten varieerde van 45% tot 74%. In het bestreden besluit stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 63,31% op basis van een zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvoldoende waren weergegeven en dat het loonindexcijfer onjuist was toegepast.
De Raad overweegt dat de rechtbank de beroepsgronden afdoende heeft gemotiveerd en onderschrijft dat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid per 1 mei 2020 correct is, ook gelet op de actualisering van functies en beperkingen. De loonindexcijfers zijn juist toegepast en de voorbeeldfuncties passend. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid van 63,31% bevestigd.