ECLI:NL:CRVB:2022:2335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens onvoldoende gegevens
Appellant had tot 16 februari 2010 bijstand ontvangen en vroeg op 23 maart 2020 opnieuw bijstand aan. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat appellant niet tijdig de gevraagde aanvullende gegevens, zoals bankafschriften en bewijs van levensonderhoud, had aangeleverd ondanks herhaalde verzoeken.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij met terugwerkende kracht vanaf 2009 recht had op bijstand, maar maakte niet aannemelijk waarom hij de gevraagde gegevens niet kon overleggen.
De Raad oordeelde dat het college terecht op grond van artikel 4:5 Awb Pro de aanvraag buiten behandeling stelde omdat appellant verwijtbaar onvoldoende gegevens verstrekte. Hierdoor hoefde de Raad niet te beoordelen of appellant recht had op bijstand sinds 2009. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het college was bevoegd de aanvraag bijstand buiten behandeling te stellen.