ECLI:NL:CRVB:2022:2253

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 oktober 2022
Publicatiedatum
19 oktober 2022
Zaaknummer
21/3751 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling

Appellante stelde hoger beroep in tegen een UWV-beslissing, vertegenwoordigd door mr. I. Lamou. Het UWV nam op 13 april 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante.

Naar aanleiding hiervan trok appellante op 20 april 2022 het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. Het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift, waarna het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en gesloten.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 8:75a en 8:108) veroordeeld kan worden in de proceskosten indien het bestuursorgaan aan de bezwaren tegemoetkomt. De Raad wees een proceskostenvergoeding toe van in totaal €2.277, bestaande uit kosten voor beroep en hoger beroep. Vergoeding van griffierecht dient appellante rechtstreeks bij het UWV te vorderen.

De uitspraak werd gedaan door rechter F.M. Rijnbeek in aanwezigheid van griffier H. Alajai op 19 oktober 2022.

Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken en het UWV is veroordeeld tot betaling van €2.277 aan proceskosten.

Uitspraak

21/3751 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van
11 oktober 2021, 20/3195 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 19 oktober 2022

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. I. Lamou, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 13 april 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 20 april 2022 heeft mr. Lamou namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 13 april 2022 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
Voor een vergoeding van kosten in verband met rechtsbijstand in bezwaar bestaat geen aanleiding, omdat appellante destijds zelf bezwaar heeft gemaakt.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 1.518,- in beroep (1 punt voor het indienen van het (aanvullend) beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 759,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het (aanvullend) hogerberoepschrift). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding dus € 2.277,-.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.277,-.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2022.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) H. Alajai
GdJ