Uitspraak
20 3637 WIA
2 september 2020, 20/129 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig schoonmaakster, meldde zich in 2011 ziek met psychische klachten. Het UWV kende haar in 2013 een loongerelateerde WGA-uitkering toe, die later werd omgezet en uiteindelijk in 2016 werd beëindigd na een herbeoordeling waarbij haar arbeidsgeschiktheid op minder dan 35% werd vastgesteld.
In 2019 meldde appellante zich met vermeende toegenomen klachten vanaf april 2018. Het UWV weigerde een nieuwe WGA-uitkering toe te kennen omdat de beperkingen niet waren toegenomen binnen vijf jaar na de eerdere beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond, waarbij het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep als voldoende werd beoordeeld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt over toegenomen beperkingen, onderbouwd met medische verklaringen, maar zonder nieuwe medische informatie die twijfel aan het eerdere oordeel rechtvaardigt. De Raad concludeert dat het recht op een nieuwe WGA-uitkering niet is herleefd omdat de beperkingen niet zijn toegenomen uit dezelfde ziekteoorzaak binnen de wettelijke termijn.
Het verzoek om benoeming van een onafhankelijke deskundige en om vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering tot het toekennen van een WIA-uitkering wordt bevestigd.