ECLI:NL:CRVB:2022:2193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- L.M. Tobé
- Y. Sneevliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtsgeldigheid vaststellingsovereenkomst beëindiging ambtelijke aanstelling
Appellant was sinds begin 2008 werkzaam bij de Universiteit van Amsterdam en had een vaste aanstelling. In 2018 hebben partijen in gezamenlijk overleg een vaststellingsovereenkomst opgesteld die de beëindiging van de aanstelling per 1 september 2019 regelde. Hoewel appellant de overeenkomst niet heeft ondertekend, heeft zijn advocaat namens hem schriftelijk ingestemd met de inhoud.
De rechtbank oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig tot stand was gekomen door wilsovereenstemming, ondanks het ontbreken van ondertekening door appellant. De Raad onderschrijft dit oordeel en stelt vast dat de voorwaarde dat appellant de beslissing op bezwaar zou ontvangen, is vervuld, waardoor volledige overeenstemming is bereikt.
Appellant voerde aan dat schriftelijke ondertekening vereist was en dat sprake was van dwaling, maar deze bezwaren werden verworpen. De Raad benadrukt dat het arbeidsrecht niet van toepassing is en dat de wettelijke bedenktermijn niet geldt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig is en verklaart het hoger beroep ongegrond.