ECLI:NL:CRVB:2022:2175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit bijzondere bijstand als lening voor schuld zorgverzekeraar
Appellant ontvangt bijstand sinds 2011 en vroeg bijzondere bijstand aan voor de aflossing van een schuld bij zorgverzekeraar FBTO, met het oog op overstap naar VGZ. Het college verleende bijzondere bijstand als geldlening, gebaseerd op de Participatiewet en de gemeentelijke Beleidsregels bijzondere bijstand.
Appellant maakte bezwaar tegen de leningvorm en stelde dat bijzondere bijstand om niet zou moeten worden verstrekt, verwijzend naar vermeende eerdere gevallen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat uit de Beleidsregels niet volgt dat bijzondere bijstand om niet wordt verstrekt voor betalingsachterstanden bij zorgverzekeraars. Het college volgt sinds 2013 een vaste gedragslijn om deze bijstand als lening te verstrekken, geformaliseerd in de beleidsregels per 2020. De enkele verwijzing naar een ander geval is onvoldoende om deze lijn te doorbreken.
Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit bijzondere bijstand als lening wordt bevestigd.